alle terre assenti

(2002) for ensemble, 8 soundtracks and film. 31 minutes.

video; Petra van der Schoot, music; Piet-Jan van Rossum

Made for and performed by Het Maarten Altena Ensemble in collaboration with STEIM, Amsterdam.

Tour: Theater De Kikker, Utrecht/ De witte Dame, Eindhoven/ De  Pompoen, Amsterdam/Festival Rumori, Paradiso, Amsterdam.(2003)

Programmatekst:

De onbekende jongen die uit de Venetiaanse kanalen wordt opgevist heeft een gelukzalige glimlach om de lippen.

Hij vond het kennelijk niet erg om te verdrinken en heeft op de bodem van het kanaal geluisterd naar de door het water gefilterde klokken van de San Marco en voetstappen van de levenden….Wie wil nog sterven in zijn bed, als het ook aan de Kade der Ongeneeslijken kan ?

 

Aan de basis van de muziek van alle terre assenti..ligt een concrete geluidsopname (onbekende bron) uit 1954, in Venetie gemaakt. Een klankdocument, een thema, door de tijd ‘gebroken’ en vervaagd..Ook voor de film is uitgegaan van oude 8mm film amateur opnamen van Venetie. Dit materiaal is op video gezet, wat sporen in het beeldmateriaal heeft achtergelaten. Hele korte fragmenten, vaak de rafelranden van de oorspronkelijke opnamen, zijn in de computer bewerkt tot geconcentreerd, net niet stilstaand iconisch beeldmateriaal waarin een accent ligt op licht- en kleurveranderingen, verkleuringen, of kleine zich herhalende bewegingen; eigenschappen die het beeld als het ware in het geheugen graveren, zoals bijvoorbeeld de wat verlegen poserende vrouw aan de kade, die als een matroos tuurt over zee, met als enige beweging in beeld haar -vanuit haar donkere silhouet- fel rood oplichtende dasje dat traag maar ritmisch wappert in de wind.

In alle terre assenti is het beeld niet alle 31 minuten lang vanzelfsprekend aanwezig. Het stuk begint met een lange muzikale introductie. Het beeld breekt na enige tijd plotseling door alsof gevoelige ogen voor het eerst proberen te zien. In alle terre assenti zijn muziek en beeld in een idee over het waarnemen, oftewel het proces-matige van ‘de roes’ waarin de jongeman verkeert, verbonden. Muziek als de beleving van puur gevoel, trage lichamelijke vibraties die nog ‘blind’ te noemen zijn. Die in de kelders van het lichaam, het zenuwstelsel zoekend en tastend blijven prikkelen. Totdat de prikkelingen optelling en vermenigvuldiging vinden, via het ruggemerg omhoog snellen, en daar een brug slaan naar beeld. Het beeld vormt zo kortstondig een uitweg uit het zelf; licht aan het begin, of licht aan het einde van een donkere tunnel.

 

Petra van der Schoot